1. Wat voedsel is voor het lichaam, is vrijheid voor de ziel. Elk mens verlangt naar vrijheid; iedereen streeft ernaar vrij te zijn; eenieder tracht zich te bevrijden van zaken die hem binden en beperken.
2. Religies zien de vrije wil als het hoogste geschenk van God aan de mens.
3. Tegelijkertijd zijn het ook de religies die ons het besef van voorbestemming bijbrengen. Zei Jezus zelf niet, dat elke haar op ons hoofd geteld is, en dat er geen mus van het dak valt zonder dat God dat wil? Het christendom, en ook de islam gaan er inderdaad van uit dat God, de schepper van Hemel en Aarde, alwetend is. En een God die alwetend is kent natuurlijk ook de toekomst! Een alwetende God weet wat ieder van ons nu aan het doen is en wat we over een jaar of tien jaar zullen doen.
4. Indien we aannemen dat God echt alwetend is, nemen we automatisch aan dat God de toekomst kent. Zo ontstaat er een schijnbare tegenspraak met het idee en de ervaring van de vrije wil: indien God weet wat wij in de toekomst zullen besluiten, doen en beleven, zijn we dan wel echt vrij?
5. Om een oplossing te vinden voor dit raadsel van vrije wil en voorbestemming, werden er in de middeleeuwen - en ook erna - vele concilies belegd. Kerkvaders, bisschoppen en kardinalen, samen met theologen en lekenfilosofen probeerden helderheid te verkrijgen in het verschijnsel van vrije wil, en in het idee van predestinatie. Vrije wil is de directe ervaring die we als mens hebben; predestinatie vloeit voort uit de aanname dat God alwetend is. Men hoopte inzicht te krijgen in hoe deze twee schijnbaar tegengestelde aspecten van het leven zich tot elkaar verhouden.
6. In elk concilie werd er gediscussieerd, geredetwist en ontstonden er steevast twee kampen: de ene groep hield vol dat de mens wel degelijk een vrije wil heeft, en dat hij door deze ten goede aan te wenden zijn lot kan verbeteren en tenslotte zelfs God zou kunnen overtuigen van zijn goede bedoelingen, zodat men Gods genade zou kunnen verwerven en de eeuwige zaligheid in het hiernamaals zou kunnen verdienen.
7. De andere groep bleef op het standpunt van een alwetende God staan: aangezien God alwetend is, kent hij de toekomst van iedere ziel. Dat betekent dat onze toekomst al vast ligt, en dat God al van onze geboorte af aan weet of we in de hel, in het vagevuur dan wel in de hemel zullen komen. Volgens deze zienswijze is de mens volledig aan de wil van God overgeleverd, en kunnen we niets doen om onze toekomst te veranderen: alles ligt vast. Zo leerde kerkvader Augustinus (354 - 430 A.D.) dat de genadebesluiten voor de redding van enkelen, door God reeds aan het begin der tijden voor alle eeuwigheid zijn vastgelegd, en dat daar voor een mens niets aan af te dingen valt.
8. In elk opeenvolgend concilie werden deze tegenstrijdige standpunten opnieuw besproken, in de hoop er een oplossing voor te vinden, of een compromis tussen deze twee zienswijzen te formuleren. Dit is in de concilies en synodes echter nooit gelukt. Men bleef telkens verdeeld in twee kampen: zij die geloofden in de werking van de vrije wil, en zij die geloofden in de werking van het lot, het noodlot, de voorbestemming ofwel de predestinatie.
9. Heden ten dage constateren we dat het raadsel van de vrije wil en voorbestemming nog steeds niet is opgelost. Men heeft er nog steeds geen synthese voor gevonden.
10. In mijn onderzoek naar de gangbare zienswijzen over dit thema, kwam ik vier analogieën tegen die doorgaans gehanteerd worden om de mening die men heeft over hoe deze twee zich tot elkaar verhouden onder woorden te brengen. In deze analogieën is te zien hoe men er gewoonlijk van uitgaat dat het leven een soort combinatie is van vrije wil en voorbestemming.
11. Analogie 1: Hond aan de lijn.
Sommigen zeggen dat onze levenssituatie lijkt op die van een hond die door z'n baas wordt uitgelaten. De hond kan wat rondsnuffelen, zijn instincten enigszins volgen en hij mag van geluk spreken als zijn baas toegeeflijk van aard is en oog heeft voor zijn wensen en behoeften, zodat hij wat meer zijn zin krijgt. De bewegingsvrijheid is voor sommige honden tegenwoordig aanmerkelijk vergroot door de uitvinding van een riem die zo'n 10 meter afgerold kan worden. Zo ook is de mens in zekere mate vrij, maar tegelijkertijd in zekere mate gebonden.
12. Analogie 2: Vis in een rivier.
Anderen vergelijken onze situatie met een vis in een rivier. De rivier stroomt en neemt de vis mee naar een zekere bestemming. Sommige dingen, zegt men, zijn onontkoombaar, zoals rivieren altijd zullen altijd uitmonden in de zee. De vis kan zelf bepalen of hij links, rechts dan wel in het midden van de rivier gaat zwemmen. Als het een erg koppig beestje is, kan hij zijn vrije wil wat extra uitbuiten door stroomopwaarts te gaan zwemmen. Ook dit beeld geeft ook tot op zekere een goed beeld van onze alledaagse realiteit.
13. Analogie 3: Kaarten in de hand.
Weer anderen vergelijken het mensenleven met een kaartspel. Het lot bedeelt ons allemaal een stel kaarten toe. Sommige kaarten zijn heel goed, sommige zijn redelijk en er zullen ook wat slechte bij zitten. Nu is het aan ons om met gebruikmaking van onze creatieve intelligentie wat te maken van die handvol kaarten. Wanneer we erop gebrand zijn om te winnen, zullen we op onze qui-vive zijn, en er alles voor doen om onze kansen te benutten. Het kan ook zijn dat we het liever gemakkelijk nemen, en in dat geval spannen we ons nauwelijks in en laten daardoor kansen onbenut voorbijgaan. Ook dit beeld geeft in zekere zin onze levenssituatie weer.
14. Analogie 4: Man op een vliegveld.
Sommigen benadrukken dat de vrije wil van vandaag bepalend is voor de dag van morgen. Dit gezichtspunt wordt mooi geïllustreerd in de volgende analogie: Op een luchthaven zijn er 1001 keuze mogelijkheden, waar je, als je dat zou willen, naar toe kunt reizen. Maar als we eenmaal een ticket naar Chicago gekocht hebben, en we stappen in het vliegtuig, dan zullen we naar alle waarschijnlijkheid in Chicago belanden, en moeten we bereid zijn de consequenties van onze vrije keus te aanvaarden. Ongetwijfeld werpt ook deze analogie veel licht op onze levenservaringen.
15. Zoals je ziet is er in elk van deze analogieën sprake van een bepaalde mate van vrije wil en een bepaalde mate van voorbestemming. Ik heb ze zo gerangschikt, dat de mate van vrijheid toeneemt in de opeenvolgende voorbeelden. In het vierde voorbeeld is de mate van vrijheid het grootst: de man op het vliegveld heeft een soort veld van alle mogelijkheden voor zich, maar door zijn keuze wordt hij zijn eigen predestinator.
16. In de praktijk echter is de keuze van iemands vliegbestemming bepaald door allerlei praktische omstandigheden, en is men niet vrij om zijn vliegbestemming naar eigen wens te bepalen. Hoogstens bij het uitzoeken van een vakantiebestemming is er enige speelruimte. Meestal echter reist men in het kader van zijn beroepsuitoefening of vanwege familie omstandigheden. Hierdoor wordt de keuzevrijheid enorm ingeperkt, nietwaar?
17. In elk van de analogieën speelt de ook de voorbestemdheid een bepaalde rol. In geval 1 belichaamt het baasje de hogere macht waaraan de hond zich heeft te onderwerpen, en die de meeste gebeurtenissen in het leven van de hond bepaalt. In geval 2 ligt de koers van de vis in wezen vast: zeker is dat zijn zwemtocht in de zee eindigt, daarom zong Bob Dylan: ‘Certain things are meant to be, as rivers surely flow into the sea.’
18. In het kaartspel bepaalt het lot welke kaarten we toegedeeld krijgen. Hierbij dringt zich een belangrijke vraag op: is de kaartentoewijzing louter op toeval gebaseerd, of geschiedt dit volgens een bepaalde wetmatigheid? Met andere woorden, werkt het lot op basis van willekeur of volgt het een soort wetmatigheid. Zei Jezus niet: ‘Zoals je zaait zul je oogsten’. Hiermee suggereerde hij dat het leven van de mens gestuurd wordt door een soort kosmische of goddelijke rechtvaardigheid. In de praktijk echter zien we dat de ene mens in een hut wordt geboren, de ander in een paleis. Is dat wel rechtvaardig? Is de werkelijkheid wel rechtvaardig? En als we in een God geloven dan luidt de vraag: is God wel rechtvaardig? Geeft God wel gelijke kansen en een gelijke mate van vrijheid aan elke mens? Zo op het eerste gezicht ziet het daar niet naar uit, vind je wel?
19. Toch houden de verschillende religies vol dat God rechtvaardig is, en dat het leven van de mens gestuurd wordt door een soort kosmische rechtvaardigheid. Indien dat werkelijk het geval is, dan moet er wel een soort wetmatigheid werkzaam zijn in ‘de toedeling van de speelkaarten’. Achter de geboorte in een hut dan wel in een paleis moet dan wel een soort wetmatigheid zitten, anders is God wel zeer onrechtvaardig. Het geloof in de rechtvaardigheid van God dwingt ons ertoe in een zekere mate van voorbestemming te geloven.
20. Misschien bestaat de rechtvaardigheid van God wel daarin, dat we inderdaad kunnen doen wat we willen, maar dat we de consequenties van onze gedachten, woorden en daden moeten accepteren. Dit zou in overeenstemming zijn met de natuurkundige wet die zegt dat elke actie een soortgelijke reactie veroorzaakt, die een tegengesteld richting heeft als de actie. Dat zou dus het gezegde verklaren: wie goed doet, goed ontmoet. Wie schadelijke dingen doet, moet ermee rekenen dat hij zelf schade zal ondergaan.
21. Indien we deze stelling voor waar accepteren, en dus aannemen dat God inderdaad rechtvaardig is, dan zijn we er verder toe gedwongen het bestaan van reïncarnatie als waar te accepteren. Zonder het gegeven van wedergeboorte zou het leven immers aantoonbaar onrechtvaardig zijn! Alleen wanneer we van het bestaan van wedergeboorte uitgaan, dan kunnen we het geloof in Gods rechtvaardigheid overeind houden. We hoeven dan slechts aan te nemen dat Gods rechtvaardigheid zich over meerdere levens uitstrekt. We zien dan in dat we Jezus’ verzekering dat de mens oogst wat hij gezaaid heeft, in een bredere context moeten opvatten. Een logische stap die de christelijke theologen helaas niet gemaakt hebben. Alleen in een context die meerdere levens omvat zou het rechtvaardigheidsprincipe eventueel overeind kunnen worden gehouden.
22. Om dus werkelijk inzicht te krijgen in de aard van vrije wil en in de aard van voorbestemming, zijn we gedwongen een soort kosmische visie te ontwikkelen. Deze vinden we in de metafysica en in de astrologie. Astrologie geeft ons het bewijs dat voorbestemming bestaat, want hoe zou anders kunnen dat iemands aard en levensloop weerspiegeld worden in de vaste, berekenbare loop van zon, maan en planeten tegen de achtergrond van de sterren?!
23. Metafysica is het meest ontwikkeld geworden in het aloude India. De vedische wijsheid geeft ons een inzicht in het absolute en volkomen abstracte niveau van de werkelijkheid, dat volgens de Indiase zieners de oorzakelijke bron en essentie is van de hele manifeste, concrete werkelijkheid. Het meest opmerkelijke daarbij is, dat de vedische leer stelt dat deze absolute essentie van de werkelijkheid niets anders is als bewustzijn. Wiens bewustzijn? Ons aller gemeenschappelijke bewustzijn! Er is volgens de Veda’s, de oudste geschriften van de mensheid, slechts een bewustzijn in het hele heelal. En alles wat bestaat is een manifestatie of uitdrukking van dat alomtegenwoordige – kosmische – bewustzijn. Dat wat de verschillende religies God, Allah, Shiva, Tao, etc. noemen is volgens de vedische leer niets anders als bewustzijn, alomtegenwoordig bewustzijn.
24. Verder biedt de vedische kennis ons methoden en technieken aan om de absolute essentie van onszelf en iedereen direct te ervaren. In het bijzonder meditatie en yoga worden gepresenteerd als middelen om ons bewust te worden van de aard en essentie van ons eigen bewustzijn. Meditatie brengt ons in contact met de bron van onze gedachten, de bron van onze gevoelens, de bron van al onze zielenroerselen. Dan zien we in dat bewustzijn een op zichzelf staande realiteit is, en dat het een soort veld van pure potentialiteit is. Het is een veld van alle mogelijkheden.
25. Door de aard en essentie van ons eigen bewustzijn dagelijks onder de loep te nemen in meditatie, worden we ons steeds meer bewust van de kosmische aard van ons bewustzijn! Op het niveau van zuiver bewustzijn, aan de bron van onze gedachten, ervaren we dat we een soort absolute vrijheid hebben. Sterker nog; we realiseren ons dat we absoluut vrij zijn.
26. In de ervaring van de bron van ons denken hebben we een nieuwe bewustzijnstoestand ontdekt. In deze toestand van ‘bewust zijn’, en ‘bewustzijn van ons eigen bewustzijn’, ervaren we een nieuwe bewustzijnstoestand, naast slapen, dromen en waken. Het is de simpelste vorm van menselijk bewustzijn. Het is de ervaring van innerlijke stilte, innerlijke onbegrensdheid. In deze toestand van bewustzijn ervaren we de echte levensvrijheid, waar ieder mens instinctief en intuïtief naar op zoek is.
27. In de vedische leer wordt deze toestand van innerlijke vrijheid de vierde bewustzijnstoestand genoemd. Het is de ervaring van ons ware zelf, en wordt daarom ‘zelfrealisatie’ genoemd. Door regelmatige, dagelijkse ervaring van de onbegrensde, eeuwige en absolute aard van ons bewustzijn worden we ons steeds meer bewust van de kosmische aard van ons eigen bewustzijn, en ontstaat er een nieuwe bewustzijnstoestand: kosmisch bewustzijn. Ons bewustzijn is dan alomvattend geworden: het omvat zowel de absolute innerlijke stilte als de dynamiek van de uiterlijke activiteit. Deze toestand wordt de vijfde bewustzijnstoestand genoemd.
28. In de toestand van kosmisch bewustzijn ervaren we ware levensvrijheid in het dagelijkse leven. Hoewel we ons in het praktische leven van alledag bewegen binnen de duizend grenzen die het leven ons nu eenmaal stelt, voelen en weten we ons van binnen vrij! Daarom wordt deze toestand van oudsher als ‘bevrijding’, liberation in het Engels, moksha in het Sanskriet betiteld.
29. De groei naar ware geestelijke volwassenheid heeft in kosmisch bewustzijn echter niet eens zijn einde bereikt. Geestelijke volwassenheid houdt verder in dat we inzicht krijgen in de mechanismen van de schepping. Dit vormt een zesde bewustzijnstoestand, Godsbewustzijn, waarin we zien dat al wat bestaat de manifestatie is van Bewustzijn. Bewustzijn is immers een ander woord voor God. En daar we zelf dat kosmische bewustzijn zijn, realiseren we al gauw dat alles een manifestatie is van ons eigen onbegrensde, absolute eeuwige en goddelijke bewustzijn! Dan ervaren we dus de eenheid die alle veelvoud doordringt. Deze toestand van bewustzijn wordt eenheidsbewustzijn genoemd. Dan zijn we waarlijk geestelijke volwassen geworden. Onze intellectuele en emotionele ontwikkeling is voltooid in het besef dat de abstracte eenheid van bewustzijn ten grondslag ligt aan de oneindige veelvoud van het manifeste bestaan. In de verschillende esoterische tradities wordt deze toestand van geestelijke volwassenheid bezongen in termen van Sattori, Nirwana, Moksha, Kensho, Verlossing, etc.
30. In de toestand van ware geestelijk volwassenheid, ervaren we dus dat we innerlijk vrij zijn. Vrije wil wordt dan door ons ervaren als de utoefening van onze wil in een toestand van vrijheid. Vrijheid wordt begrepen als een inherente eigenschap van ons eigen bewustzijn, ja van ons ware zelf!
31. Vanaf de vierde bewustzijnstoestand ervaren we dus dat we vrij zijn. Ook beseffen we, dat we in wezen altijd vrij geweest zijn, ook als we dachten dat we het niet waren! Ook realiseren we ons dat we altijd innerlijk vrij zullen blijven, daar vrijheid nu eenmaal een wezenskenmerk is van ons ware, eeuwige en absolute zelf. In het Sanskriet wordt dit zelf het Atma genoemd. Ons individuele ego -‘Jiva’ - heeft ontdekt dat het in wezen een is met het universele zelf – het ‘Atma’. De individuele golf op de oceaan heeft door introspectie ontdekt dat hij geheel en al uit water bestaat!
32. Vroeger of later worden we ons allemaal bewust van deze ware, innerlijke vrijheid. Of we het nu weten of niet, het bereiken van deze ware vrijheid is het doel van het leven. Iets in ons drijft ons voort om vrij te worden. Iets drijft ons voort om onze innerlijke subjectieve vrijheid te realiseren. De mensenziel zal niet rusten voordat hij dit doel bereikt heeft. De mens moet en zal vrij zijn! Ieder mens, ja ieder levend wezen, streeft ernaar vrij te zijn. Nu weten we waar deze universele vrijheidsdrang vandaan komt: van binnen uit. De innerlijke vrijheid die ons wezenskenmerk is, moet en zal zich manifesteren op het uiterlijke vlak van de persoonlijkheid. We zijn allemaal voorbestemd om vrij te zijn!
33. Vrijheid is in wezen dus een toestand van bewustzijn. Indien we bewust worden van ons eigen bewustzijn, dan ervaren we de absolute vrijheid die we ons leven lang eigenlijk zochten. Hoe meer we de toestand van innerlijke vrijheid ervaren door een combinatie van meditatie en introspectie, des te meer stabiliseert deze zich in ons dagelijks leven. Vrij zijn is immers een heel natuurlijke toestand van bewustzijn. We hoeven alleen maar onszelf te zijn in alle omstandigheden. Of beter gezegd: we hoeven ons alleen maar bewust te zijn van ons ware zelf in alle omstandigheden.
34. In de ervaring van innerlijke vrijheid voltrekt zich een transformatie van onze waarneming van de werkelijkheid. In de gangbare waaktoestand identificeerden we ons met onze geest en met ons lichaam. Nu identificeren we ons met wat we werkelijk zijn: bewustzijn. Bewustzijn als zodanig is de stille waarnemer van alle activiteiten die er in onze geest, in ons lichaam en in onze omgeving plaatsvinden. Zo worden we subjectief gezien de getuige van onze eigen gedachten, woorden en daden. We krijgen de ervaring die Lao Tse aanduidde met de term ‘Woe wei’: doen, niet doen.
35. Innerlijk ervaren we dat we in wezen niets doen. Wij hebben ons geïdentificeerd met bewustzijn als zodanig, en bewustzijn is in wezen onveranderlijk en absoluut. Onze persoonlijkheid daarentegen is relatief en in constante beweging en ontwikkeling. Vanuit de diepte van stilte van ons ware zelf, worden we de stille getuige van alle handelingen van onze ziel, onze geest en ons lichaam. We ervaren hoe activiteiten in wezen spontaan en automatisch opkomen uit ons zelf. Dus zonder zelf iets te doen, ervaren we dat onze persoonlijkheid activiteiten verricht!
36. Dan zien we objectief in, dat onze ziel, onze geest en ons lichaam zijn actief volgens hun eigen aard. Zoals elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, zo gedraagt ons ziel-geest-lichaam zich naar zijn ingeboren aard en tendensen. Vanuit het stille, zuivere bewuste zijn slaan we gade hoe onze ziel, ons ego, ons intellect, onze geest, onze emoties en ons lichaam functioneren! In de teksten van mensen zoals Boeddha, Shankara, Osho, Nisargadatta, Ramana Maharshi, Yogananda en Maharishi Mahesh Yogi wordt deze bewustzijnstoestand, waarin we in zekere zin de getuige worden van onze eigen persoonlijkheid, uitvoerig beschreven. In termen van de vedische wetenschap is dit de vijfde bewustzijnstoestand, ‘Turyatith’ genaamd.
37. Vanuit de toestand van innerlijke waakzaamheid observeren we hoe al onze handelingen gebaseerd zijn op onze aard. Ook begrijpen we dat onze aard een deel is van de kosmische aard; zij vormt een geïntegreerd onderdeel van de werkelijkheid als geheel. We ervaren onze persoonlijkheid als een geïntegreerd onderdeel van de holistische structuur van de werkelijkheid. We zien in dat onze individualiteit een uitdrukking is van de hele kosmos. We zien in dat het geheel zich manifesteert of uitdrukt in elk van zijn delen, en daarmee ook in onze individualiteit. Zo komen we langzaam maar zeker tot het volgende paradoxale inzicht: hoe meer we ons vrij weten, des te meer zien we in dat ons leven zich ontwikkelt volgens een kosmisch plan.
38. In kosmisch bewustzijn zien we in dat de werkelijkheid zich ontvouwt volgens de onveranderlijke en alomtegenwoordige wetten van de natuur. De natuurwetten zijn eeuwig en onveranderlijk. Daarom zijn zij in staat de tijdelijke en veranderlijke processen te sturen vanuit het Absolute, het Transcendente, het bewuste Zijn. Natuurwetten zijn een inherent onderdeel van het kosmische bewuste Zijn. We zien dus in dat alles zich volgens een kosmische ordelijkheid voltrekt, volgens een kosmisch plan zogezegd. Dan krijgen we belangstelling voor de astrologie, daar deze oeroude wetenschap ons een glimp vergunt in de aard en werking van het kosmische plan. Astrologie levert immers het concrete bewijs ervoor dat de hele kosmos betrokken is in elke handeling van ieder individu!
39. Astrologie onthult ons in bepaalde mate wat het plan van de kosmos in petto heeft voor elk afzonderlijk individu. De astrologie bewijst ons dat de ontwikkelingen hier op aarde volgens een kosmische wetmatigheid verlopen, en laat ons zien hoe elk individu een bepaalde gestructureerde en geplande rol speelt in het kosmische gebeuren.
40. Door de overeenstemming waar te nemen tussen de gedachten, woorden en daden van een individu enerzijds en het ordelijke, berekenbare en planmatige verloop van zon, maan en planeten tegen de achtergrond van de vaste sterren anderzijds, komen we tot de slotsom dat alle individuele handelingen uitdrukking geven aan een kosmisch plan. Met andere woorden, we zien in dat alles voorbestemd is! Dus niet dat het een en ander voorbestemd is zoals de vier bovengenoemde analogieën suggereren, maar dat alles een onderdeel vormt van het kosmische plan; dat alles voorbestemd is.
41.Via de ervaring van absolute vrijheid nota bene, komen we tot het inzicht dat de wereld zich volgens een kosmische wetmatigheid verloopt.
42. Deze zienswijze wordt niet alleen door vele Indiase wijzen gehuldigd, maar ook door westerse wijzen zoals Spinoza en Einstein. Volgens Albert Einstein ligt de toekomst evenzeer vast als het verleden. Hij vergeleek de werkelijkheid met een boek. Elke dag slaan we een bladzijde om, en de dimensie van de tijd zorgt ervoor dat alle gebeurtenissen successievelijk aan de beurt komen. Zo wordt voor ons het veelgehoorde gezegde bevestigd dat luidt: toeval bestaat niet. Einstein drukte zijn geloof in de absolute planmatigheid van de schepping uit in de beroemde woorden: ‘God doesn’t play dice’ – ‘God dobbelt niet’.
Spinoza was van mening dat alle activiteiten in feite verricht worden door God. God zag hij niet als een oude man met een baard, maar als de alomtegenwoordige oceaan van bewustzijn. God zag hij als de alomtegenwoordige intelligentie, ofwel het volstrekte zuivere bewuste zijn, dat de bron en essentie is van de hele schepping. Mensen hebben het gevoel dat ze de verrichter van daden zijn. Maar Spinoza vergelijkt het gevoel van vrije wil met de gedachte van een steen die door de lucht geworpen wordt. De vliegende steen denkt: ik vlieg omdat ik wil vliegen. Volgens Spinoza is de vrije wil een illusie en is alles voorbestemd.
43. Spinoza was een diep en accuraat denker, maar hij realiseerde zich blijkbaar niet dat voorbestemming perfect te rijmen valt met vrije wil. We hoeven ons alleen maar te realiseren dat elk individuele zelf in laatste instantie één is met de kosmische intelligentie, het kosmische zelf. Niet alleen voor Jezus van Nazareth gold: ‘God de vader en ik zijn één’; dat geldt voor iedereen! Jezus was een fortuinlijk mens, die de persoonlijke ervaring had van de eenheid van zijn individuele zelf met het kosmische zelf. Het kosmische Bewustzijn is nu eenmaal het zelf van alle wezens. Aan het kosmische zelf ontlenen alle wezens hun gevoel van identiteit, hun zelfgevoel. Jezus had het geluk dat hij de bron en essentie van zichzelf had ervaren.
44. In de zevende bewustzijnstoestand identificeren we ons allang niet meer met onze ziel, onze geest en zeker niet met ons lichaam. We identificeren ons met het kosmische bewuste zijn, waarover Jezus graag sprak als zijn Goddelijke Vader. In andere culturen bezigt men vaak de beeldspraak van een vrouwelijke God. De kosmische intelligentie wordt dan wel de Goddelijke Moeder genoemd. Beide zijn natuurlijk gelijkwaardig, daar het kosmische Bewuste Zijn alles in zich verenigd, de vrouwelijke zowel als de mannelijke eigenschappen: zowel yin als yang.
45. De kosmische creatieve Intelligentie is zo creatief, dat het alles doet zonder ook maar één vinger uit te steken. Het heeft niet eens handen of voeten, het heeft geen onderdelen; het is het Absolute, de onbewogen beweger, zoals Aristoteles het noemde. Vanuit het Zijn ontstaat automatisch het worden. Being is be-coming, heet het zo mooi in het Engels. In laatste instantie gebeurt alles automatisch! De zon straalt automatisch. De aarde vliegt automatisch rond de zon. Planten groeien automatisch. Dieren groeien automatisch. Mensen groeien en vermeerderen zich automatisch. Ze spreken automatisch. Ze zwijgen automatisch. Ze ademen automatisch. Ze spannen zich automatisch in. Ze ontspannen zich automatisch. Ze worden automatisch geboren. Ze sterven automatisch. De Bhagavad Gita – de zakboekeditie van de hele vedische wijsheid – stelt het zo: ‘Hij die ziet dat het zelf van alle wezens zonder activiteit is, en dat alle activiteiten verricht worden door de natuur, hij is een ziener, hij ziet de werkelijkheid zoals die is.’(Hfst. 13 vers 29.)
46. Dit is de ervaring van iedere mens die het stadium bereikt heeft van ware geestelijke volwassenheid. Deze toestand wordt in de vedische wetenschap de zevende bewustzijnstoestand genoemd, Brahmi Chetana. In deze volwassen en bevrijde bewustzijnstoestand, ervaart de mens dat alles precies zo is zoals het hoort te zijn. Ook zijn eigen tendens om de toestand in de wereld te verbeteren ervaart men als ‘precies zoals het hoort te zijn. We verrichten handelingen terwijl we gevestigd zijn in het zijn. De Bhagavad Gita verwoordt deze ervaring als: ‘Yoga stha, kuru karmani’ – ‘Verricht handelingen terwijl je gevestigd bent in de Eenheid’. De zevende bewustzijnstoestand wordt dan ook terecht eenheidsbewustzijn genoemd. Men ziet de eenheid die alle veelvoud doordringt en verbindt!
47. In eenheidsbewustzijn zijn we waarlijk geïntegreerde mensen geworden. We hebben ons persoonlijke zelf geïntegreerd met het kosmische zelf. Onze individuele ziel heeft zich gerealiseerd dat zij een is met de kosmische ziel. Dit is dan ook het doel van alle vormen van yoga. We zien dan in hoe het Absolute Zijn het hele gebied van het relatieve worden ‘bestuurt in gerechtigheid’. We zien in hoe elk detail van de schepping ingebed is in het kosmische bewuste Zijn, en hoe alles volmaakt volgens het kosmische plan verloopt. Op het eerste gezicht suggereert deze zienswijze misschien dat vrije wil niet bestaat, of dat het een illusie is zoals Spinoza zei. Dit is waar voor degene die zich met zijn ziel-geest-lichaam-systeem identificeert. Het persoonlijke zelf is op allerlei manieren gebonden, en inderdaad absoluut niet vrij! Het is alleen het ware zelf dat vrij is. Het ware zelf is immers één met het kosmische zelf.
48. En zodra we geestelijk volwassen zijn, ervaren we dat het kosmische plan ons plan is; het plan van ons allemaal! De gebeurtenissen in de wereld en in de rest van het heelal zijn dus de manifestatie van ons plan! Alles gaat precies naar wens voor iemand die geestelijk volwassen is! Of in ieder geval ervaart de geestelijk volwassen mens, dat de dingen gaan zoals ze moeten gaan. Aan elke gebeurtenis ligt een Kosmische Oorzaak ten grondslag! Terwijl men dan de werkelijkheid accepteert zoals die is, handelt men precies volgens zijn of haar vrije wil. Hij of zij handelt vanuit vrijheid, vreugde en liefde. Vrijheid, vreugde en liefde zijn immers de wezenskwaliteiten van het Kosmische Zijn. Iemand die geestelijk volwassen is is in flow. Zodra we de eenheid van de oneindige veelvoud hebben leren inzien, dan leven we in een toestand van volmaakte harmonie. De Rig Veda zegt hierover: ‘Ya itad vidus, ta ime sama sate’ – ‘Hij die zich de eenheid bewust is, leeft in heelheid’.
49. Dan begrijpen we de paradox van vrije wil en voorbestemming! Hoewel we vrij zijn, doen we precies wat het kosmische plan voor ons in petto heeft, gewoon omdat het in wezen ons plan is! We voelen ons niet ingeperkt of gedwongen door het kosmische plan, gewoon omdat het ons plan is! In werkelijkheid zijn we allen EEN met God, de kosmische creatieve intelligentie, het kosmische bewustzijn. Daarom doen we er goed aan te bedenken dat het Bewustzijn, dat de bron en essentie is van al onze gedachten, gevoelens, intenties, voorkeuren, afkeuren, wensen, strevingen, ambities en handelingen, hetzelfde Bewustzijn is dat hemel en aarde gemaakt heeft en ‘hen bestuurt in gerechtigheid’. ‘Jivo Brahmaiva, na parah’ – ‘De individuele ziel is de Kosmische ziel, en niets anders!’, zeggen de Upanishaden.
50. Pas wanneer we een bepaald stadium van geestelijke volwassenheid bereikt hebben, dat wil zeggen vanaf de vierde bewustzijnstoestand, kunnen we de schijnbare tegenspraak tussen vrije wil en voorbestemming op het niveau van ons bewustzijn integreren. De Upanishaden beschrijven de toestand van ware geestelijke volwassenheid (verlichting) met de woorden: ‘Aham Brahmasmi’ – ‘Ik ben God’. Door deze eeuwige waarheid te realiseren, en in te zien dat dit voor iedereen geldt, voelen we ons innerlijk bevrijd van allerlei beperkingen waarvan we last hadden in de onvolgroeide fasen van onze geestelijke ontwikkeling. In eenheidsbewustzijn voelen we ons waarlijk vrij en ervaren we tegelijkertijd dat we als persoonlijkheid precies die dingen doen en ook willen doen, die het kosmische plan voor ons gepland heeft, aangezien het in werkelijkheid ons kosmische plan is!
51. Deze integratie van vrije wil en voorbestemming op het niveau van kosmisch bewustzijn heeft men op de concilies helaas nooit bereikt. Er was geen kennis van hogere bewustzijnstoestanden voorhanden. Daarom heeft men er nooit aan gedacht, dat kennis verschillend is in verschillende bewustzijnstoestanden. Men kon gewoon niet op het idee komen, dat vrije wil op het niveau van kosmisch bewustzijn samenvalt met voorbestemming. Men kon niet inzien dat vrije wil en voorbestemming de twee kanten zijn van dezelfde medaille, de medaille die leven heet. Men kwam niet op het idee dat we de werkelijkheid van twee kanten kunnen beschouwen: ten eerste vanuit het perspectief van alledaagse activiteiten, waarin het bestaan van vrije wil een onloochenbare ervaring is. Ten tweede vanuit het kosmische, het metafysische en het astrologische perspectief, waar voorbestemming een onloochenbaar feit is. Deze twee perspectieven bijten elkaar niet. Ze kunnen vrolijk naast elkaar bestaan, en we kunnen ze beide probleemloos in ons bewustzijn integreren.
52. Nooit is men op het idee gekomen dat onze vrijheid honderd procent is en dat de voorbestemming eveneens honderd procent is. In de waaktoestand van bewustzijn zijn we ons niet bewust van onze totale vrijheid. We voelen ons aan alle kanten gebonden door verplichtingen. Ook zijn we ons in de waaktoestand niet bewust van de totale voorbestemdheid. We krijgen af en toe een glimp te zien van het kosmische plan, en op die momenten voelen we dat toeval niet bestaat. De waaktoestand van bewustzijn is nu eenmaal uiterst beperkt wat zijn inzicht en zijn waarneming betreft. We nemen alleen de oppervlakkige kant van de werkelijkheid waar, en hebben geen oog voor de onderliggende mechanismen van de schepping. We hebben geen zicht op de essentie. We hebben geen ervaring van ons ware zelf. Alle kennis van de waaktoestand is daardoor zonder centrum, zonder basis; gebrekkig en fragmentarisch.
53. Maar de groei van bewustzijn zet zich automatisch voort in het leven van de mensheid. Zoals de mensen geleerd hebben de schijnbare tegenstelling van de bewegingen van zon en aarde te integreren in hun bewustzijn, zo zal de mensheid ooit de schijnbare tegenstelling van de vrije wil en de voorbestemdheid der dingen in zichzelf kunnen integreren. Met de zintuigen ervaren we dat de zon opkomt in het oosten en ondergaat in het westen, maar innerlijk weten we dat de aarde om zijn as draait. Zo ervaren we ook dat we vrij zijn, terwijl we innerlijk weten dat alles voorbestemd is. De vrije wil ervaren we op het niveau van persoonlijke ervaring, de voorbestemming ervaren we op basis van metafysisch inzicht en astrologische kennis. Evolutie van bewustzijn houdt in dat we de ervaring van vrijheid die we voelen in ons hart, kunnen verzoenen met het inzicht in de voorbestemming die we koesteren in ons hoofd.
54. Dan zal de mensheid intellectueel en emotioneel de kindertijd zijn ontstegen, en zullen we inzien dat we onze eigen predestinator zijn. Dan neemt ieder mens de verantwoording voor zijn eigen levensomstandigheden, zonder zichzelf schuldig te voelen of anderen te beschuldigen voor het leed dat men zelf gecreëerd heeft. Dan neemt de mens het lot in eigen hand en voelt zich medeschepper. Ieder mens is voorbestemd om uit vrije wil meester te worden van zijn lot! Dan handelen we uit vreugde en uit liefde, niet meer uit plicht en dwang. In het handelen vanuit vreugde vinden we de synthese van vrije wil en voorbestemming. God of het kosmische bewustzijn is een oceaan van vreugde en geluk. In de vedische wetenschap wordt bewustzijn beschreven als ‘Sat chit ananda’ – Absoluut gelukzaligheidsbewustzijn. Wanneer we dat ervaren leven we vanuit de bron, ons ware zelf, en doen we uit vreugde en vrije wil wat God van ons verlangt. We zien dan in dat Gods wil en onze wil één zijn. Vrijheid en voorbestemming worden dan ervaren als de twee kanten van dezelfde medaille. De tegenstelling tussen vrije wil en voorbestemming blijkt hooguit een schijnbare tegenstelling te zijn, een paradox. We hebben dan inzicht in de paradox, en het leven wordt ervaren zoals het in werkelijkheid is: een goddelijk spel van toenemende golven van vreugde op basis van een eeuwige oceaan van gelukzaligheid.
Frans Langenkamp is vedisch astroloog en vedanta expert. In Lelystad voert hij een praktijk voor spirituele astrologie. Hierbij gaat het hem niet om het doen van voorspellingen, maar om de persoonlijkheid te helpen integreren met de ziel. Het geven van levensplan duidingen is zijn specialiteit. U kunt hem ook benaderen voor het geven van huiskamer lezingen met als thema: Leven vanuit de bron. Dit is een cursus in universele spiritualiteit die zich gemakkelijk laat integreren in het alledaagse bestaan.
Telefoon: 0320-258302.
e-mailISBN nummer van het boek is: 907640710 x