Het Sprookje van Genesis

hoe het allemaal begon en
hoe het allemaal verder gaat

In den beginne was er God, en omdat hij van nature oneindig creatief is, schiep hij op speelse wijze de Hemel en de Aarde. Maar omdat hij destijds de enige levende ziel was, voelde hij zich wat verveeld en eenzaam. Hij vatte daarom het plan op, een paar mensen te scheppen naar zijn beeld en gelijkenis! Hij hoopte leuk met hun te kunnen spelen en te kunnen communiceren. Daartoe zou hij hen bezielen met het licht van het bewustzijn waaruit hij zelf bestond! De eerste mens die hij vanuit zichzelf schiep had de vorm van een man. De tweede mens die hij uit zichzelf schiep had de vorm van een vrouw. Zij was aanzienlijk mooier van vorm geworden, aangezien hij wat ervaring had opgedaan bij met het maken van de man. De man, het eerste model, had het voordeel dat hij wat steviger in elkaar zat. Het tweede model, de vrouw, had het voordeel dat zij de mooiste stroomlijn bezat. Maar God was met allebei tevreden, daar hij zag dat ze aan elkaar gelijkwaardig waren en dat ze elkaar mooi zouden kunnen aanvullen. Enige tijd leefden de drie volkomen gelukkig samen op deze prachtige planeet Aarde. Ze konden het zó goed met elkaar en met God vinden, dat ze het gevoel hadden dat ze in een soort paradijs leefden. Na een lange tijd genoten te hebben van al de gaven die God hen dagelijks schonk, begonnen ze zin te krijgen in een meer avontuurlijk leven. Ze begonnen te denken aan hoe het zou zijn, wanneer ze zonder begeleiding van de alwetende en almachtige God, zelf erop uit zouden trekken, de wijde wereld in. Ze begonnen langzaam maar zeker een beetje opstandig te worden tegen God, hun Vader, gewoon omdat ze een beetje in de pubertijd gekomen waren. Ze wilden liever alles zélf doen en zélf beleven, zonder alsmaar de goede en goedbedoelde raad van God te moeten opvolgen. Dat was ook wel begrijpelijk, vind je niet? Vroeger of later wil een mens nu eenmaal zelfstandig zijn, en niet meer afhankelijk van wat dan ook!

Dus planden zij er op uit te trekken, en hun leven in eigen handen te nemen. Daarbij waren ze eigenlijk wel een beetje jong, en ze hadden nog maar weinig levenservaring opgedaan. Geen wonder dat ze af en toe dingen deden, waarvan ze achteraf inzagen, dat die niet zo 'clever' waren. Maar goed, achteraf is men altijd wijzer. Maar omdat ze werkelijk nog behoorlijk onwetend waren over de wetenschap van het Zijn en de kunst van het Leven, deden ze zó veel domme dingen, dat ze werkelijk een beetje in de problemen kwamen. Ze hadden geen zin om God om raad te vragen, en daar ze het zelf ook niet goed wisten, ging het langzamerhand steeds minder goed met de twee. Ze raakten vermoeid, en daarom hadden ze steeds minder plezier samen. Omdat de mens nu eenmaal gemaakt was om gelukkig te zijn, kwamen ze in een vicieuze cirkel terecht. Juist omdát ze niet gelukkig waren, werden ze nóg meer ongelukkig. Zo ontstonden spanningen en kwamen ze in de stress. Hierdoor ontstonden lichamelijke kwalen en hadden ze regelmatig conflicten! Echt geen lolletje dus!

Daar God in hen het vermogen had ingebouwd, om op een heel plezierige en moeiteloze manier zelf nieuwe mensen te maken, ontstonden die als het ware vanzelf. Ze hoefden alleen maar te doen wat ze het allerliefste deden en hups, na negen maanden kregen ze een kind. Zo kregen ze meerdere kinderen en deze groeiden allemaal uit tot volwassen mensen! Het had veel weg van een wonder. De kinderen verschaften het jonge stel veel geluk en voldoening, en waren een grote troost voor hen in de overigens niet zo plezierige fase van hun bestaan. Hun opgegroeide kinderen kregen spontaan ook weer kinderen, en zo ontstond er een aanzienlijk grote samenleving van mensen. Maar diep van binnen voelden de mensen zich niet zo goed, omdat ze niet geleerd hadden hoe ze in alle omstandigheden vrede en geluk konden ervaren. In hun hart verlangden zij naar de goede tijd die hun stamvader en moeder voorheen bij God in het Aards Paradijs hadden beleefd, en waarover zij veel verhalen hadden gehoord.

Daar God het werkelijk goed vóor had met de mensen, bedacht hij veel middelen waarmee zij zich zouden kunnen helpen en deed hij van alles en nog wat om de mens weer voor zich terug te winnen. Niet dat hij de baas wilde spelen over de mensen, maar gewoon, omdat hij hen gelukkig en gezond wilde zien! God wist namelijk hoe pijnlijk het leven is wanneer men niet voortdurend met hem in contact stond. Maar God wist ook hoe hij de mens weer gelukkig kon maken. Alle plannetjes die God bedenkt voor de mens zijn dan ook bedoeld voor zijn bestwil! De hele bedoeling van het leven is dan ook, dat de mens leert te gehoorzamen aan de wil van God, maar dat konden en wilden de mensen destijds nog niet inzien. De mensen waren inmiddels echt dom geworden in hun eigenwijsheid, en zij konden de subtiele boodschappen die God hen voortdurend stuurde niet ontvangen. Daarom vatte God het plan op, om zelf maar weer eens af te dalen naar de Aarde en dit keer een menselijke vorm aan te nemen. Op die manier zou hij een broer van de mensen worden, en kon hij de mensen een voorbeeld geven van hoe ze moesten denken, spreken en handelen, om weer gelukkig en gezond te worden! Een lief plan, vind je niet? Toen God eenmaal mens geworden was op Aarde was, begonnen de mensen met hem te redetwisten, omdat ze geen snars van hem begrepen. Na enige tijd, en eigenlijk al vrij snel, hebben de mensen deze incarnatie van God om het leven gebracht. Wat een tragedie vind je niet? Maar God was natuurlijk niet écht dood, en leefde vrolijk verder! Enkele mensen die de verhalen over deze bijzondere mens gehoord hadden, waren sterk onder de indruk van de woorden en daden van deze mens. Hij had namelijk de waarheid gesproken, iets wat destijds hoogst ongebruikelijk was. Bovendien had hij wat siddhi’s verricht, iets waarmee de mensen in die tijd niet vertrouwd waren. In plaats van te proberen zijn woorden diepgaand te begrijpen, gingen de mensen deze incarnatie van God vereren en aanbidden, in de hoop hulp en bijstand van hem te ontvangen in donkere tijden.

Deze groep van mensen begon zich regelmatig te treffen en probeerde zo te leven zoals de Godmens – zo noemden ze hem – het destijds had voorgedaan. Ze werden behoorlijk talrijk en gingen op den duur een soort kerk vormen. Hoewel er in het begin van deze beweging een paar mensen waren, die er een beetje in slaagden op een soortgelijke manier als de Godmens door het leven te gaan, werden deze in de loop van de tijd steeds schaarser. Ze waren op de vingers van één hand te tellen. De meeste mensen, en dat waren intussen hele massa’s geworden, begrepen niets van de oorspronkelijke boodschap van de Godmens, maar ze waren dankbaar dat iemand hen vertelde waar ze zich aan te houden hadden. Wat was er namelijk gebeurd? De kerkmensen waren er toe overgegaan, iemand als hun leider aan te stellen, die de taak had een soort plaatsvervanger voor de Godmens van vroeger te zijn. Ze geloofden alles wat deze man hen vertelde, en zo was de oorspronkelijke wijsheid die de Godmens had willen verspreiden, veranderd in een geloof!!!

God had wel dóór dat het hele zaakje in het honderd ging lopen, en daarom vatte hij een nieuw plan op. God is namelijk niet voor één gat gevangen! Hij begon vanuit zijn veld van alle mogelijkheden, dat aan de hele schepping ten grondslag lag, de mensen van binnen uit te inspireren! Daar hij in zijn ware vorm alomtegenwoordig was, leefde hij sowieso in de harten van alle mensen. Zo kon hij hen van binnen uit een gelukkig gevoel en innerlijke vrede schenken, samen met een soort inzicht in wie ze werkelijk waren. Ook begon hij ze geleidelijk aan de waarheid weer te laten inzien. Dat was niet zo moeilijk, daar het niets anders inhield dan dat hij de mensen de werkelijkheid weer liet zien, gewoon zoals die is! Hij liet de mensen het nut van ontspanning inzien, en het nut van het lezen van boeken die de waarheid op een eenvoudige manier uiteen zetten. Je moet weten dat in de tijd waarop het geloof de mensen had beziggehouden, dit soort boeken ontzettend zeldzaam waren geweest. De geloofsboeken schilderden de werkelijkheid af als iets ontzettend ingewikkelds. Het leven op Aarde werd als zwaar en moeilijk beschreven, en de mensen werd voorgehouden dat ze zondaars waren. Verder vertelden ze de mensen dat het leven één groot en ondoorgrondelijk mysterie was! Je kunt je voorstellen hoe dit de mensen nog véél verwarder maakte dan ze toch al waren. Logisch dat er aan de lopende band oorlogen plaatsvonden, en dat epidemieën over Moeder Aarde waardden.

Maar al die tijd was God echt van de mensen blijven houden. Hij had ze immers allemaal geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, en dus waren ze in feite stuk voor stuk zonen en dochters van hem! En hoewel een kind soms echt domme dingen kan doen, een goede vader kan niet anders dan zijn kinderen met hart en ziel liefhebben. Dat was dus ook met God het geval, en daarom vond hij dat het tijd geworden was, de mensen weer zijn goddelijke Licht van Waarheid, liefde en Geluk te laten inzien. Dit licht was er altíjd geweest, en in feite had het de ziel van de mensen altijd verlicht, maar omdat zij vanaf hun vroegste levensjaren niet genoeg wijsheid, liefde en geluk hadden ontvangen, waren zij reeds als kind gestrest geraakt en konden ze dit universele licht in zichzelf niet meer waarnemen.

Dit nieuwe, en meer subtiele plan van God bleek echt te werken! Steeds meer mensen zagen de eenvoud van het leven weer in, en werden daardoor gelukkig, vredig en gezond. De vele vormen van geloof, die zich duizenden jaren bestreden hadden, werden geleidelijk aan vervangen door universele en eeuwige kennis, en de mensen leerden in te zien dat God niet iemand is die ver weg en buiten hen leeft, maar dat God de creatieve intelligentie is die in alles en iedereen tot uitdrukking komt! Ze zagen in dat God niets anders was dan het Alomtegenwoordige Bewuste Zijn, dat ze aan de bron van hun denken konden ervaren! De mensen werden zich bewust van hun gemeenschappelijke oorsprong en essentie, en daarom hielden ze vanzelf op elkaar uit te buiten, te onderdrukken en te bestrijden. Doordat ze nu eindelijk de essentie van God in zichzelf konden ervaren, vonden ze het niet meer vervelend om Gods goede raad op te volgen. God leefde immers ín hen, als de essentie van hun Ziel, en inspireerde hen dus van binnen uit. Ze ervoeren dan ook geen denkbeeldig onderscheid meer tussen God en zichzelf! Ze begrepen nu voor het eerst wat de incarnatie van God destijds bedoeld had, toen hij zei dat God en hij Eén waren. Ze wisten nu dat dit ook voor hén gold, en ze ervaarden dit gegeven diep in hun ziel.

Deze nieuwe zelfervaring deed de mensen heel anders over zichzelf en het leven nadenken. Ze leerden zelfstandig na te denken, en ze leerden de waarheid uit te drukken in hun woorden en daden. Ze hadden een zelfbeeld gekregen, dat op de goddelijke aard van hun bewustzijn gebaseerd was. En daar ze beseften dat niet alleen zij een kind of manifestatie van God waren, maar dat de héle Hemel en de héle Aarde met alles erop en eraan dat waren, kregen zij ook een op het (goddelijke) bewustzijn gebaseerde wereldbeeld! Hun Godsbeeld had zich natuurlijk ook radicaal gewijzigd. In plaats van nog langer in het kerkelijke sprookje te geloven, waarin gezegd werd dat God een man is met een lange baard, zagen ze op eigen kracht in, dat God de kosmische Creatieve Intelligentie is die in alles en iedereen tot uitdrukking komt! Ze zagen in, dat God aanwezig is in elk atoom, in elke steen, in elke plant, in elk dier, in elk mens, in elke planeet en in elke ster! Kortom, ze zagen in dat met het woordje God de alomtegenwoordige Intelligentie ofwel het Kosmische Bewustzijn bedoeld wordt! Ze zagen alle in dat God de bron én de uiteindelijke substantie is van alles en iedereen! Deftig gezegd, ze zagen in dat God zowel transcendent als immanent is.

Je kunt je voorstellen wat deze Paradigma-verschuiving voor het leven van de mensen betekende! Het effect van dit nieuwe Zelfbeeld, dit nieuwe Wereldbeeld en dit nieuwe Godsbeeld, was meer dan gigantisch! Daar alle drie beelden op hetzelfde kosmische bewustzijn gebaseerd waren, ontstond er voor het eerst in de geschiedenis een logisch, samenhangend en harmonisch beeld van het Leven als geheel! Filosofieën, wetenschappen en religies vonden voor het eerst in de geschiedenis een gemeenschappelijk Paradigma, hetgeen een mooi woord voor denkraam of denkkader is. Deze paradigma-verschuiving deed hen denken aan de Copernicaanse omwenteling die het Wereldbeeld had ondergaan toen de mensen een paar eeuwen geleden ontdekten, dat de Aarde een bol was, die om de Zon draaide en niet andersom! Inderdaad was deze meer realistische kijk op de zaak een reusachtige ontdekking geweest, maar die háálde het niet bij deze ontdekking! Deze nieuwe ontdekking raakte de mensen nog véél dieper, en had een effect op al hun doen en laten! Het was immers de ontdekking van wat ze zelf in wezen waren! Voorheen hadden ze gedacht dat ze een klein en sterfelijk poppetje waren; nu zagen ze in dat ze in werkelijkheid eeuwige en goddelijke wezens waren!! Ze zagen in dat het sterflijke lichaam slechts een voertuig was, waarvan ze zich op deze prachtige planeet naar believen konden bedienen. Ze zagen in dat bij het sterven van het lichaam het leven vrolijk verder gaat, aangezien zij in wezen onsterfelijk waren!!!

Door inzicht te hebben in hun eigen goddelijke aard, kregen de mensen vanzelf inzicht in het mechanisme van zielverhuizing en reïncarnatie. Hierdoor kreeg men eindelijk zicht op de kosmische rechtvaardigheid, waarmee God Hemel en Aarde geschapen had. Ze herinnerden zich de woorden van de incarnatie van God, die had gezegd: ‘Zoals je zaait, zul je oogsten’. Ze begrepen dat nu zelfs in wetenschappelijke termen, want ze hadden van natuurkundigen geleerd: ‘de reactie is gelijk aan de actie!’ Ze wisten dus dat ze de smid waren van hun eigen geluk, en daarom konden ze nu gaan ervaren dat ze de meesters waren van hun eigen lot! Men voelde zich niet langer slachtoffer van omstandigheden, daar men wist dat men de eigen levensomstandigheden zelf op basis van eigen gedachten, woorden en daden in het leven had geroepen! Op basis van dit inzicht in de wet van oorzaak en gevolg – die ze ook wel de wet van karma noemden – leerden ze één simpele gouden leefregel in acht te nemen, in plaats van te proberen de talloze geboden op te volgen, die de religies hen al die tijd hadden voorgehouden. Deze ene gouden regel was: ‘wij zullen onze medeschepselen zó behandelen, zoals wij zelf in de gegeven situatie behandeld zouden willen worden’. Dit bleek een stevige basis te zijn, waarop alle mogelijke ethische kwesties op een voor alle partijen bevredigende wijze konden worden geregeld. Op die basis leefde de mensheid in redelijkheid en gerechtigheid, waardoor vrede in de wereld automatich verzekerd was!

Door de werkelijkheid te zien zoals die is, namelijk als één grote manifestatie van de kosmische aard van ieders eigen bewustzijn, maakte de mensheid een kwantumsprong in hun evolutie.

Wetenschappen, filosofieën, religies en kunsten werden gebaseerd op het Bewustzijns Paradigma, en maakten daardoor onbeschrijflijk hoge vluchten, en vervulden daarmee hun eeuwenoude idealen. Daar de mensheid de sleutel op de essentie van alles en iedereen had gevonden, beleefde men een ongekende opbloei van het menselijk potentieel, dat in wezen oneindig is! De hele mensheid was bewust van het feit, dat het bewustzijn van ieder mens in wezen één is met ket kosmische bewustzijn dat Hemel en Aarde geschapen heeft. Ze bezongen in alle talen en in alle toonaarden het oepanishadische gezegde: ‘De individuele ziel is de kosmische ziel, en niets anders!’ De mensen begroetten elkaar met de groet die eens een wijze indiaan had geïntroduceerd: ‘In l’akesh!’ – hetgeen betekent: ‘Ik ben een andere jij!’ De uiteindelijke waarheid was aan het licht gekomen, het tijdperk van de Waarheid was aangebroken, en de Waarheid maakte iedereen vrij!